Maak je je zorgen omdat je baby niet goed aankomt? Ontdek wat normale groei is, welke signalen écht tellen en veelvoorkomende oorzaken – van drinktechniek en melkproductie tot reflux of koemelkeiwitallergie. Je krijgt praktische tips voor vaker en effectiever voeden (borst én fles), veilig bijvoeden en wanneer je hulp inschakelt, inclusief duidelijke rode vlaggen.

Wat betekent het als je baby niet aankomt in gewicht
Als je baby niet aankomt in gewicht, betekent dat dat de groei minder snel gaat dan verwacht op basis van leeftijd, lengte en eerdere metingen. In de eerste dagen is wat gewichtsverlies normaal (meestal tot zo’n 7-10% van het geboortegewicht), maar rond dag 10-14 hoort je baby dit weer terug te hebben. Daarna groeien de meeste baby’s in de eerste maanden gemiddeld 150-200 gram per week, al zitten er natuurlijke verschillen tussen kinderen. Je volgt dit het best met een groeicurve: zolang je baby ongeveer zijn eigen groeilijn blijft volgen, is dat vaak prima. Wordt de lijn vlak, zakt je baby meerdere percentiellijnen of blijft het gewicht wekenlang achter, dan is er reden om verder te kijken. Niet aankomen kan wijzen op te weinig inname (bijvoorbeeld door korte of slappe voedingen), minder goede opname van voeding, of hogere energiebehoefte door een onderliggende factor.
Let ook op signalen zoals slaperig drinken, weinig natte luiers, korte voedingen zonder hoorbaar slikken of onrust door veel reflux. Het gaat niet alleen om één weegmoment, maar om het patroon over tijd in combinatie met hoe je baby zich gedraagt: alert, tevreden en met voldoende plasluiers is vaak geruststellend, terwijl aanhoudend gewichtsverlies, sloomheid of uitdrogingsverschijnselen sneller actie vragen. Kort gezegd: je kijkt naar de groeicurve, de inname en het welbevinden om te bepalen hoe zorgelijk het is.
Groeicurve lezen en wat normale groei is
Een groeicurve laat zien hoe je baby in gewicht, lengte en hoofdomtrek groeit vergeleken met leeftijdsgenoten. De lijnen op de grafiek heten percentielen: je baby hoeft niet op de middelste lijn te zitten, zolang de groei maar min of meer parallel aan dezelfde lijn blijft. In de eerste dagen is wat gewichtsverlies normaal, rond dag 10-14 is het geboortegewicht meestal terug. Daarna groeien veel baby’s in de eerste maanden gemiddeld 150-200 gram per week, vervolgens wat langzamer naarmate je baby ouder wordt.
Een eenmalige lagere meting zegt weinig; een daling over meerdere percentiellijnen of week na week vlakke groei is wél een signaal. Weeg bij voorkeur steeds op dezelfde weegschaal, rond hetzelfde moment van de dag en met zo min mogelijk kleding, en kijk altijd naar het totaalbeeld: gewicht samen met lengte, hoofdomtrek en hoe je baby zich gedraagt.
Signalen en wanneer het echt een probleem is (failure to thrive)
Failure to thrive betekent dat je baby over tijd structureel te weinig groeit: het gewicht blijft wekenlang vlak, zakt over twee of meer percentiellijnen, of je baby komt zelfs af. Waarschuwingssignalen zijn weinig natte luiers (na dag 5 minder dan 5-6 per 24 uur), slaperig of zwak drinken, korte voedingen zonder hoorbaar slikken, veel onrust of juist sloomheid, een droge mond en weinig ontlasting.
Ook als het geboortegewicht na 10-14 dagen nog niet terug is, of als je baby na een ziektemoment niet herstelt in groei, is dat reden om in te grijpen. Spoed is nodig bij tekenen van uitdroging, aanhoudend braken, koorts, sufheid of als je baby helemaal niet wil drinken. Het gaat altijd om het patroon: combineer metingen met gedrag en je gevoel.
[TIP] Tip: Voed elke 2-3 uur, wek je baby indien nodig.
Mogelijke oorzaken
Dat je baby niet goed aankomt, heeft vaak te maken met hoe er gedronken wordt en hoeveel er binnenkomt. Bij borstvoeding speelt de aanhap en drinktechniek een grote rol: een oppervlakkige aanhap, een korte tongriem of slaperig drinken kan zorgen dat je baby wel vaak aan de borst ligt, maar weinig melk krijgt. Ook kan je melkproductie tijdelijk lager zijn door ziekte, stress of lange tussenpozen. Bij flesvoeding gaat het soms mis met hoeveelheden, te trage of juist te snelle speenflow, of verkeerd aanmaken van de voeding. Verder kunnen reflux, koemelkeiwitallergie, spruw in de mond of een verkoudheid het drinken pijnlijk of onrustig maken.
Sommige baby’s hebben een hogere energiebehoefte, bijvoorbeeld na vroeggeboorte of bij hart- en longproblemen, waardoor de gebruikelijke hoeveelheden niet genoeg zijn. Ook opnameproblemen in de darm of zeldzame stofwisselings- en schildklierstoornissen kunnen meespelen. Tot slot zie je soms dat te vroeg starten met vaste voeding of veel theewater en sappen melk verdringen, waardoor de totale calorie-inname daalt.
Borstvoeding: aanleggen, drinktechniek en melkproductie
Een goede aanhap is de basis: je baby ligt buik tegen buik, hoofd en romp in één lijn, opent de mond wijd, de kin drukt in je borst en je ziet meer tepelhof onder dan boven. Je voelt na de eerste seconden geen scherpe pijn. Effectieve drinktechniek herken je aan ritmisch zuigen-slikken-pauze met rustige kaakbewegingen en hoorbaar slikken; borstcompressies kunnen helpen als het tempo inzakt. Voor je melkproductie werkt vraag en aanbod: bied 8-12 keer per 24 uur aan, ook ‘s nachts, houd veel huid-op-huid en vermijd lange pauzes en onnodig veel fopspeen in de opstart.
Wissel van borst zodra de slokken minder worden en kolf eventueel na of tussen voedingen om extra stimulans te geven. Snel inslapen aan de borst, weinig slikken of aanhoudende tepelpijn zijn signalen om je techniek te finetunen.
Flesvoeding: hoeveelheden, speenflow en schema
Bij flesvoeding draait het om juiste hoeveelheden, de goede speen en een passend ritme. Als grove richtlijn drinkt een jonge baby rond 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, met een bandbreedte van ongeveer 120-180 ml/kg afhankelijk van leeftijd en behoefte. Verdeel dit over 6-8 voedingen en kijk vooral naar hongersignalen in plaats van klokkijken. Maak de voeding exact volgens de verpakking (water eerst, dan schepjes) om te dun of te sterk te voorkomen.
Kies een speenflow waarbij je baby rustig kan zuigen en slikken zonder verslikken of wegstromende melk; te snel geeft hoesten en onrust, te traag veel frustratie en lang duren. Voed bij voorkeur in een halfzittende houding, met pauzes (paced bottle feeding) en laat je baby het tempo bepalen.
Medische oorzaken (reflux, koemelkeiwitallergie, infecties)
Reflux komt vaak voor: je baby geeft veel terug, huilt bij platliggen en wil korte slokjes. Dat is niet altijd erg, maar als er pijn, weigeren van voedingen en onvoldoende groei bijkomen, kan behandeling nodig zijn. Koemelkeiwitallergie geeft vaak eczeem, onrust, buikkramp, refluxachtige klachten en soms slijm of bloed bij de ontlasting; bij borstvoeding kan je tijdelijk koemelkeiwit uit je eigen voeding weglaten, bij flesvoeding helpt vaak een intensief gehydrolyseerde formule.
Infecties zoals verkoudheid, oorontsteking of urineweginfectie verminderen de inname en verhogen de energiebehoefte, waardoor gewichtstoename stokt. Merk je koorts, sufheid, uitdrogingsverschijnselen of aanhoudend slecht drinken, neem dan contact op met je huisarts, die zo nodig onderzoek en behandeling inzet.
[TIP] Tip: Controleer aanhap, voedfrequentie, melkproductie en eventuele tongriem of ziekte.
Wat je zelf kunt doen
Begin met vaker en effectiever voeden: bied in de opstart 8-12 keer per 24 uur aan en wek je baby overdag elke 3 uur en ‘s nachts elke 4 uur tot de groei stabiel is. Veel huid-op-huid, een rustige omgeving en duidelijke hongersignalen volgen helpen enorm. Bij borstvoeding check je de aanhap, wissel je van borst zodra de slokken afnemen en gebruik je borstcompressies; kolf na of tussen voedingen om je productie op te krikken. Bij flesvoeding maak je de voeding precies volgens de verpakking, kies je een speen met passende flow en geef je rustig met pauzes (paced bottle feeding), zodat je baby het tempo bepaalt.
Laat je baby tussendoor boeren en houd na de voeding 20-30 minuten rechtop bij refluxklachten. Vermijd dat melk wordt verdrongen door water, thee, sap of te vroege vaste voeding. Houd natte luiers en voedingen bij in een dagboekje en weeg steeds op dezelfde weegschaal rond hetzelfde tijdstip. Zie je weinig slikken, aanhoudend onrustig of juist slaperig drinken of week na week vlakke groei, schakel dan snel extra hulp in.
Voedingsfrequentie en effectieve voeding verbeteren
Meer én slimmer voeden helpt je baby beter groeien. Richt je op 8-12 voedingen per 24 uur en voorkom lange pauzes; wekken mag overdag na 3 uur en ‘s nachts na 4 uur tot de groei op de rit is. Huid-op-huid maakt je baby wakkerder en stimuleert de inname. Let tijdens het drinken op ritme met hoorbaar slikken en rustige pauzes; zie je slokken afnemen, doe borstcompressies en wissel van borst.
Houd je baby alert met boertje tussendoor, zacht kriebelen of positie wisselen. Bij de fles werkt paced bottle feeding: halfzittend, met korte pauzes, en een speenflow waarbij je baby niet hoest of gefrustreerd raakt. Volg hongersignalen, accepteer clusterfeeding bij groeispurten en noteer voedingen en natte luiers om progressie te zien.
Bijvoeden met afgekolfde melk of formule: wanneer, hoeveel en veilig opbouwen
Deze vergelijking helpt ouders van een baby die niet goed aankomt in gewicht om te kiezen tussen bijvoeden met afgekolfde moedermelk of formule, met praktische richtlijnen voor wanneer te starten, hoeveel te geven en hoe veilig op te bouwen.
| Optie | Wanneer kiezen | Start-hoeveelheid (indicatie) | Veilig opbouwen en aandachtspunten |
|---|---|---|---|
| Afgekolfde moedermelk | Eerste keus als borstvoeding doorgaat maar gewichtstoename tekortschiet (onvoldoende melktransfer of slaperig drinken). | 10-30 ml na elke voeding; indien duidelijke hongersignalen 30-60 ml. Richt je op totaal 120-150 ml/kg/24 u uit alle voedingen samen. | Verhoog met 10-15 ml per voeding elke 24-48 u tot voldoende natte luiers (6/dag) en stijgende groeicurve (±150-200 g/week in de eerste maanden). Bewaar: koelkast 4 °C tot 4 dagen; vriezer -18 °C tot 6 mnd. Opwarmen au bain-marie; na opwarmen binnen 2 u gebruiken. Toedienen bijv. paced bottle, cup of fingerfeeding met trage speen. |
| Standaard zuigelingenvoeding (koemelkeiwit) | Als er onvoldoende afgekolfde melk beschikbaar is of tijdelijke aanvulling nodig is zonder aanwijzingen voor allergie. | 15-30 ml na een borstvoeding of per flesvoeding; bijsturen op honger-/verzadigingssignalen. Doel totaal 120-150 ml/kg/24 u (kortdurend max. ±180 ml/kg/24 u). | Verhoog met 10-15 ml per voeding elke 24-48 u en evalueer spugen, krampjes, natte luiers en gewicht. Bereiden hygiënisch: water 70 °C, 1 maatschep op 30 ml, snel koelen; binnen 2 u gebruiken of 4 °C max. 24 u bewaren. |
| Extensief gehydrolyseerde of aminozuurformule (op indicatie) | Bij verdenking koemelkeiwitallergie/malabsorptie (bijv. eczeem, bloed/slijm in ontlasting, hardnekkige klachten); alleen in overleg met arts. | Zelfde volumebouw als standaard formule: starten met 15-30 ml per voeding en bijsturen op signalen; totaal 120-150 ml/kg/24 u. | Zelfde bereidingsregels als formule. Smaak kan bitter zijn; effect op klachten en groei na 2-4 weken evalueren. Langdurig gebruik en keuze (eHF vs. AAF) onder medische begeleiding. |
Kern: start klein, bouw elke 24-48 uur gecontroleerd op en monitor natte luiers, verzadiging en gewicht; kies bij voorkeur afgekolfde melk en schakel over op (speciale) formule wanneer nodig en in overleg met zorgprofessionals.
Je start met bijvoeden als je baby te weinig binnenkrijgt: geboortegewicht na 10-14 dagen nog niet terug, wekenlang vlakke groei, weinig natte luiers of slaperig drinken. Geef bij borstvoeding eerst beide borsten en bied daarna 10-30 ml bij per voeding; verhoog elke dag of twee in kleine stapjes als de groei achterblijft. Richt je op een totale daginname van ongeveer 120-180 ml per kilo lichaamsgewicht, afgestemd op leeftijd en signalen.
Geef bij voorkeur je eigen afgekolfde melk, anders geschikte formule, bereid exact volgens de verpakking. Bescherm je melkproductie door voor elke bijvoeding 10-15 minuten te kolven. Voed rustig met paced bottle feeding en kies een passende speenflow om overvoeden en verslikken te voorkomen. Houd luiers en gewicht bij en bouw af zodra de groei stabiel doorloopt.
Vaste voeding en vitamines: wat wel en niet helpt
Vaste voeding is een aanvulling, geen vervanging van melk in het eerste jaar. Start pas met bijvoeding rond 4-6 maanden als je baby klaarheidsignalen laat zien (goed hoofdje sturen, interesse in eten, eten naar de mond kunnen brengen). Voor groei helpt het om kleine porties energierijk te geven, zoals groente- en fruitpuree met een lepeltje olie, volle yoghurt vanaf 6 maanden en later fijngeprakt ei of peulvruchten voor ijzer.
Vervang geen melk door water, thee of sap en verdik flessen niet standaard met pap; dat levert vaak minder totale calorieën op en kan de drinklust verminderen. Geef dagelijks 10 microgram vitamine D tot 4 jaar; dat ondersteunt botopbouw en is geen caloriebom, maar wél essentieel. Bij borstvoeding is vitamine K in de eerste 12 weken belangrijk; daarna haal je vitamine K en ijzer uit gevarieerde bijvoeding.
[TIP] Tip: Bied vaker voeding, let op aanhap of flesspeen, tel natte luiers.

Wanneer hulp inschakelen en wat je kunt verwachten
Schakel hulp in als je baby na 10-14 dagen nog niet terug is op geboortegewicht, week na week vlak groeit, over twee percentiellijnen zakt, of als je merkt dat drinken steeds moeizaam gaat. Bel direct bij tekenen van uitdroging (weinig natte luiers, droge mond, ingevallen fontanel), aanhoudend braken, sufheid, koorts of als je baby jonger is dan 3 maanden met koorts. Bij het consultatiebureau of de huisarts kun je verwachten dat er zorgvuldig wordt gewogen en gemeten, de groeicurve wordt bekeken en dat je een uitgebreide vragenlijst krijgt over voedingen, plas/poep, slaap en gedrag. Vaak wordt een voeding geobserveerd (aanhap, slikken, tempo, speenflow) en krijg je een concreet plan: vaker voeden, techniek verbeteren, borstcompressies, kolven om productie te boosten, of tijdelijk bijvoeden met duidelijke hoeveelheden.
Soms volgt een proefbehandeling bij reflux of een koemelkeiwitvrij dieet, of wordt je doorverwezen naar een lactatiekundige, diëtist of kinderarts. Extra controles met weegmomenten laten zien of de aanpak werkt. Zo kom je stap voor stap tot de oorzaak en help je je baby weer in een stabiel groeipatroon, met snelle actie als dat nodig is en rust als het gewoon tijd en begeleiding vraagt.
Rode vlaggen en wanneer je direct moet bellen
Als je baby niet goed aankomt, let dan extra op signalen die directe actie vragen. Bel meteen bij onderstaande rode vlaggen.
- Tekenen van uitdroging: weinig of donker plassen (na dag 5 minder dan 5-6 natte luiers per 24 uur), droge/kleverige mond, geen tranen, dieper liggend fontanel, koude of vlekkerige huid.
- Sufheid, moeilijk wakker te krijgen of duidelijk slapper/anders reageren dan normaal.
- Herhaald heftig braken, vooral groen/gallig braaksel of braaksel met bloed.
- Bloed of veel slijm in de ontlasting.
Twijfel je, bel dan liever te vroeg dan te laat met je huisarts of huisartsenpost. Wacht niet af als je baby blijft afvallen of één van deze signalen laat zien.
Wat het consultatiebureau en de huisarts doen
Bij zorgen over groei kijken het consultatiebureau en de huisarts eerst naar objectieve metingen: gewicht, lengte en hoofdomtrek op dezelfde weegschaal en in de groeicurve. Je bespreekt voedingen, frequentie, hoeveelheid, spuugen, ontlasting en natte luiers. Vaak wordt een voeding geobserveerd om aanhap, slikken, tempo en speenflow te beoordelen. De arts onderzoekt je baby lichamelijk, let op uitdroging, refluxklachten, tongriem, mondproblemen, eczeem en tekenen van infectie.
Zo nodig volgen aanvullingen zoals een proef met koemelkeiwitvrij, verdikken bij reflux, of gericht bloed- en urineonderzoek. Je krijgt een concreet plan: vaker en effectiever voeden, eventueel bijvoeden, kolven ter stimulans, en korte vervolgcontroles met weegmomenten. Indien nodig word je doorverwezen naar een lactatiekundige, diëtist of kinderarts.
Behandelplan en begeleiding: lactatiekundige, diëtist en kinderarts
Een lactatiekundige kijkt met je mee naar aanleggen, drinktechniek, kolfschema en het combineren van borst en bijvoeding, zodat je baby meer binnenkrijgt en je productie op peil blijft. De diëtist rekent uit wat je baby per dag nodig heeft, stemt hoeveelheden af op leeftijd en gewicht en adviseert over energierijke opties of een passende (hypoallergene) formule bij verdenking op koemelkeiwitallergie. De kinderarts onderzoekt of er medische factoren meespelen, zoals reflux, infecties, hart- of stofwisselingsproblemen, en zet zo nodig aanvullend onderzoek of medicatie in.
Samen maak je een groeiplan met duidelijke doelen, bijvoorbeeld gewenste gramtoename per week, plus vaste weegmomenten en snelle evaluatie binnen 1-2 weken. Bij succes bouw je bijvoeding geleidelijk af en houd je de groei scherp in de gaten.
Veelgestelde vragen over baby komt niet aan in gewicht
Wat is het belangrijkste om te weten over baby komt niet aan in gewicht?
Niet direct panikeren: kijk naar de groeicurve en trends, niet één meting. Normale groei varieert; langdurig afbuigen over twee percentielen kan duiden op failure to thrive. Let op natte luiers, alertheid, voedtechniek en ziekte-signalen.
Hoe begin je het beste met baby komt niet aan in gewicht?
Start met goed aanleggen en effectieve slokken; voed 8-12 keer per dag. Weeg wekelijks op dezelfde weegschaal. Controleer speenflow en hoeveelheden. Overweeg tijdelijk bijvoeden met afgekolfde melk of formule. Schakel consultatiebureau, huisarts en lactatiekundige in.
Wat zijn veelgemaakte fouten bij baby komt niet aan in gewicht?
Te snel wisselen van formule of schema, of water/venkelthee geven. Te grote speenflow of juist te traag. Te vroeg vaste voeding hopen. Onregelmatig wegen. Medische oorzaken negeren. Geen begeleiding van lactatiekundige, diëtist of kinderarts zoeken.